Gemeentelijke leges stijgen opnieuw
Uit het onderzoek blijkt dat de gemiddelde kosten van omgevingsvergunningen in 2025 verder zijn gestegen ten opzichte van 2024. Afhankelijk van het type bouwproject lopen de stijgingen uiteen van circa 10% tot bijna 30%.
|
Project
|
Gemiddelde stijging 2024-2025
|
|
Dakkapel
|
+9,8%
|
|
Dakopbouw
|
+14,0%
|
|
Grondgebonden nieuwbouwwoning
|
+28,7%
|
|
Bedrijfshal (2 bouwlagen)
|
+25,7%
|
|
Appartementencomplex
|
+15,8%
|
De sterkste stijgingen doen zich voor bij de grondgebonden nieuwbouwwoning en de bedrijfshal.
Onderscheid tussen Omgevingswet en Wkb
Bij de beoordeling van deze cijfers is het belangrijk onderscheid te maken tussen de Omgevingswet en de Wkb.
Sinds 1 januari 2024 geldt voor nieuwbouwprojecten in gevolgklasse 1 dat de bouwtechnische toets niet langer door de gemeente wordt uitgevoerd, maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger. Voor deze projecten verstrekt de gemeente geen vergunning voor de technische bouwactiviteit meer en worden daarvoor dus ook geen gemeentelijke leges geheven.
Voor een grondgebonden woning of bedrijfshal in gevolgklasse 1 betaalt de initiatiefnemer daarom uitsluitend leges voor de ruimtelijke beoordeling van het bouwplan.
Opvallende ontwikkeling
Juist bij de bouwprojecten die onder de Wkb vallen, constateert COELO de grootste stijging van de gemeentelijke leges. Omdat voor deze projecten geen bouwtechnische vergunning meer nodig is, betreft deze stijging volledig de ruimtelijke vergunning.
Het onderzoek geeft hiervoor geen sluitende verklaring. Wel blijkt dat de gemiddelde kosten van de bouwtechnische vergunning licht zijn gedaald, terwijl de kosten van de ruimtelijke vergunning sterk zijn gestegen. Bij sommige voorbeeldprojecten bedraagt deze stijging meer dan 25%.
Daarnaast blijkt dat verschillende gemeenten hun tariefsystematiek hebben aangepast. In een aantal gevallen is men overgestapt van vaste bedragen naar een percentage van de bouwsom, wat vooral bij grotere bouwprojecten tot forse stijgingen leidt.
Compensatie van weggevallen bouwleges?
Voor veel aannemers roept dit de vraag op of gemeenten het wegvallen van de bouwtechnische leges onder de Wkb compenseren door hogere leges voor de ruimtelijke vergunning in rekening te brengen.
Het onderzoek toont dit niet aan. Wel ontstaat de indruk dat gemeenten na de invoering van de Omgevingswet en de Wkb hun tariefstructuren hebben herzien, waardoor een groter deel van de legesopbrengst via de ruimtelijke vergunning wordt geheven.
Tegelijkertijd concludeert COELO dat er geen aantoonbaar verband bestaat tussen de stijging van de tarieven en veranderingen in de kostendekking van de legesverordening. De gemiddelde kostendekking van de leges voor omgevingsvergunningen is zelfs licht gedaald. Daarmee kan niet worden vastgesteld dat gemeenten hogere leges heffen om weggevallen inkomsten te compenseren.
Bouwkosten spelen belangrijke rol
Een belangrijke verklaring voor de stijgende leges is dat de bouwkosten in 2025 opnieuw zijn gestegen. Omdat veel gemeenten hun leges berekenen als percentage van de bouwsom, leidt een hogere bouwsom automatisch tot hogere leges, ook wanneer het gehanteerde percentage ongewijzigd blijft.
Positieve constatering
Ondanks de stijging van 2024 naar 2025 laat het onderzoek ook zien dat de gemeentelijke legeskosten voor nieuwbouwprojecten die onder de Wkb vallen nog steeds aanzienlijk lager liggen dan vóór de invoering van de Wkb in 2023.
De beoogde vermindering van gemeentelijke bouwtechnische leges is daarmee wel degelijk zichtbaar in de cijfers. De stijgingen die sinds 2024 worden geconstateerd hebben vooral betrekking op de ruimtelijke vergunningverlening.
Conclusie
Voor MKB-aannemers laat het onderzoek een gemengd beeld zien. Enerzijds zijn de gemeentelijke leges voor Wkb-projecten nog steeds lager dan vóór de invoering van de Wkb. Anderzijds stijgen juist de kosten van de ruimtelijke vergunning voor deze projecten opvallend sterk.
Het rapport biedt geen bewijs dat gemeenten hiermee bewust weggevallen bouwtechnische leges compenseren. Wel constateert het onderzoek dat de sterkste stijgingen zich voordoen bij projecten waarvoor sinds de invoering van de Wkb uitsluitend nog een ruimtelijke vergunning nodig is. Dat maakt de ontwikkeling opmerkelijk en rechtvaardigt verdere monitoring in de komende jaren.
Het volledige COELO-rapport is hier te lezen.