Naar een gezamenlijk handelingskader voor de inzet van zzp'ers in de sector
AFNL maakt zich grote zorgen over de manier waarop via intermediairs zzp'ers worden ingezet.
Er lopen boekenonderzoeken bij intermediairs en wij worden rechtstreeks benaderd door CEO’s van bemiddelingsbureaus die geconfronteerd worden met forse risico’s. In meerdere dossiers gaat het om mogelijke naheffingen en correcties van 10 tot 20 miljoen euro. Daarmee is duidelijk dat dit niet langer gaat over incidenten, maar over structurele risico's in de keten.
Ketenaansprakelijkheid raakt iedereen
De risico’s blijven niet beperkt tot intermediairs. Ketenaansprakelijkheid schuift zichtbaar omhoog en raakt ook opdrachtgevers in de bouw- en infrasector. Bedrijven die dachten op afstand te staan van de constructie, kunnen alsnog financieel en juridisch worden aangesproken.
Waterbedeffect en ongelijk speelveld
AFNL constateert ook een ongewenst waterbedeffect. Na handhaving stopt een bedrijf met de inzet van zzp’ers, waarna dezelfde werkenden elders in de sector opnieuw aan de slag gaan. Het probleem wordt niet opgelost, maar verplaatst. Soms krijgt de opdrachtgever die te maken heeft met handhaving zelfs de zelfde zzp'ers weer aangeboden via een bemiddelingsbureau. Ondernemers ervaren dit als broodroof en als een ongelijk speelveld. Bedrijven die verantwoordelijkheid nemen, leveren capaciteit en continuïteit in, terwijl andere bedrijven er met hun werkenden van door gaan.
Hand in eigen boezem: sector moet zelf ook kiezen
De sector moet ook de hand in eigen boezem steken. Dat betekent dat bouw- en infrabedrijven geen gebruik meer moeten maken van constructies die juridisch op de rand opereren, maar bewust moeten kiezen voor de inzet van werknemers/ uitzendkrachten wanneer zelfstandigheid feitelijk niet aan de orde is. Dat zorgt soms voor hogere kosten op korte termijn, maar voorkomt grotere schade op de lange termijn, financieel, juridisch en maatschappelijk.
Prijsgedreven uitzendmarkt en rol van inkoop en de overheid als handhaver en opdrachtgever
Tegelijkertijd ziet AFNL dat de uitzendbranche sterk prijsgedreven opereert. In veel organisaties wordt de keuze voor een arbeidsconstructie bovendien gemaakt door de afdeling inkoop en niet door HR. Kostenreductie weegt daarbij vaak zwaarder dan arbeidsrechtelijke houdbaarheid en duurzame inzetbaarheid. Dit spanningsveld tussen inkoop, HR en prijsdruk speelt een grote rol in het voortbestaan van risicovolle constructies en moet expliciet worden meegenomen in de oplossing.
De overheid speelt hierin een dubbele rol. Als handhaver wordt terecht ingezet op naleving, maar als opdrachtgever wordt soms strak vastgehouden aan lopende contracten. AFNL pleit voor meer consistentie en bestuurlijke ruimte om gecontroleerde transities mogelijk te maken.
Oproep tot een gezamenlijk handelingskader
AFNL pleit daarom voor een gezamenlijk handelingskader en zal hiertoe stakeholders gaan benaderen als initiator. Een dergelijk kader moet duidelijkheid bieden over omgang met lopende contracten, verantwoorde transitiepaden, rolverdeling tussen intermediairs en opdrachtgevers en de positie van inkoop en HR binnen organisaties. Als het aan de AFNL ligt sluiten ook vakbonden hier bij aan, het is niet alleen een werkgevers probleem. Ook zzp'ers zelf (hun leden) bewegen vaak nog te weinig.
Conclusie
Handhaving is realiteit. Ketenaansprakelijkheid is realiteit. De oplossing vraagt om zelfreflectie én samenwerking. Alleen door gezamenlijke keuzes en duidelijke spelregels ontstaat een eerlijk en toekomstbestendig arbeidsmodel in de bouw en infra sector.