Bij overige indicatoren is het beeld vaak moeilijk te interpreteren. Met gerichte risicoselectie op basis van duidelijke criteria is goede handhaving mogelijk, wat voordelen kan opleveren voor alle partijen in de bouw. Dit concludeert het EIB in de zojuist verschenen studie ‘Schijnzelfstandigheid in de bouw en infra’.

Na tien jaar groei daalde in 2025 het aantal zelfstandigen in de bouw met 4,5%. Deze trendbreuk lijkt het gevolg te zijn van het vervallen van het handhavingsmoratorium rond schijnzelfstandigheid. Van de bedrijven die zzp’ers inhuren heeft een ruime meerderheid de zzp’ers een aanbod gedaan om in dienst te treden. Zzp’ers gaan hier echter maar beperkt op in; de meeste zzp’ers in de bouw blijven liever zelfstandig en verwachten dat ook te blijven. Daarnaast zijn door veel bedrijven contracten kritisch herzien, is de wijze van inhuur aangepast en is scherper gescreend op ondernemerschap.

Op basis van analyse van harde criteria concludeert het EIB dat schijnzelfstandigheid in de bouwsector weinig lijkt voor te komen. Zo is financiële kwetsbaarheid relatief beperkt: slechts 3% van alle zzp’ers heeft een gemiddeld uurtarief van € 36 of lager. Daarnaast werkt bijna 90% van de zzp’ers voor meer dan drie opdrachtgevers, terwijl ongeveer 16% van de zzp’ers voor meer dan 70% van de omzet afhankelijk is van één opdrachtgever. Bij zzp’ers die voornamelijk voor aannemers werken en bij zzp’ers met een buitenlandse achtergrond lijken er vaker aanwijzingen te zijn voor schijnzelfstandigheid.  

De criteria die doorgaans worden gebruikt bij het beoordelen van schijnzelfstandigheid gelden voor zeer uiteenlopende sectoren in de Nederlandse economie. Bij toepassing van de criteria is, net als bij andere sectoren, maatwerk vereist dat recht doet aan de karakteristieken van de bouw.

Met gerichte risicoselectie op basis van duidelijke criteria kunnen productieve resultaten worden behaald. Dit maakt een doelmatige inzet van de handhavingscapaciteit mogelijk en zorgt voor meer zakelijkheid in de relatie tussen zzp’ers en ondernemers. Daarnaast stimuleert dit zzp’ers tot actiever ondernemerschap, wat ook in hun eigen belang is.

U kunt het volledige onderzoek van het EIB hier zelf lezen.